Onno Overes triomfeert in Zeewolde: Dutch Backyard Ultra gelijktijdig met WK in Tennessee
Ergens diep in de bossen van Zeewolde, waar de ochtendlucht nog naar dauw en dennennaalden ruikt, stonden ruim tweehonderd ultralopers klaar voor iets wat tussen waanzin en poëzie balanceert: de Dutch Backyard Ultra 2025. Geen finishlijn. Geen vaste afstand. Alleen een fluitsignaal dat elk uur klinkt, en de vraag: ga jij nog een ronde mee?
Terwijl de eerste loper zijn horloge startte, klonk duizenden kilometers verderop in Bell Buckle, Tennessee precies datzelfde signaal. Daar begon het wereldkampioenschap Backyard Ultra, het originele evenement van ultralegende Lazarus Lake. Dit jaar liep de Nederlandse editie gelijktijdig met dat WK — een symbolische koppeling tussen de modder van Flevoland en de heilige grond van de internationale ultrawereld.
De eindeloze lus
Een backyard ultra is eenvoudig in concept maar genadeloos in uitvoering. Iedere deelnemer moet elk uur een ronde van 6,706 kilometer afleggen. Wie niet binnen het uur terug is, ligt eruit. Wie niet opnieuw start bij het volgende uur, ligt er ook uit. Er is geen eindtijd, geen afstandsdoel. De wedstrijd eindigt pas als er nog één loper overblijft: de Last Man Standing.
Het klinkt bijna ludiek, maar wie het ooit heeft geprobeerd weet: dit format is pure mentale marteling. Elke ronde is te doen, maar het eindeloze herhalen breekt zelfs de sterksten. Het is niet het lichaam dat stopt — het is de geest die fluistert: genoeg.
De sfeer in Zeewolde
Zaterdagochtend 18 oktober, Scoutinglandgoed Zeewolde. Tussen de bomen stond een klein dorp van tenten. Stoeltjes, thermoskannen, sportdrank, dekens — het typische beeld van een ultraloperskamp. De sfeer was ontspannen, maar onder die rust zat iets elektrisch. Iedereen wist: dit wordt lang.
De eerste uren waren bijna vrolijk. Lopers kletsten, deelden tips, liepen de route nog fris en soepel. De lus zelf was vriendelijk — grotendeels onverhard, door bos en zand, nauwelijks hoogteverschil. “De perfecte route om jezelf langzaam gek te lopen,” grapte een deelnemer.
Maar na tien, twaalf, vijftien uur begon de stilte in te dalen. De gesprekken verstomden, de rondes werden rituelen. Sommigen kwamen terug met een starende blik, alsof ze even vergeten waren waar ze waren. Elke fluitsignaal die weer klonk, klonk zwaarder.
Verbonden met Tennessee
Wat deze editie uniek maakte, was dat hij exact synchroon liep met het wereldkampioenschap in Tennessee. Terwijl in de VS wereldtoppers als Harvey Lewis, Johan Steene en Katie Wright rondjes draaiden, liepen in Zeewolde tientallen Nederlandse ultralopers op hetzelfde moment hun eigen strijd.
De start was zorgvuldig gepland: 14:00 uur in Zeewolde, 07:00 uur in Tennessee. Twee locaties, één klok.
“Het geeft een bijzonder gevoel, je weet dat er duizenden kilometers verderop precies hetzelfde gebeurt, dezelfde klok, dezelfde afstand, dezelfde strijd. Het verbindt.”
Tijdens de race werd die verbinding tastbaar. Tussen de rondes door keken lopers op hun telefoon om te zien wie er in Tennessee nog overeind stond. Het idee dat ze letterlijk in hetzelfde ritme als de wereldtop liepen, gaf vleugels. Of misschien beter: extra motivatie om niet op te geven.
De nacht valt – en breekt
Wanneer de duisternis inviel, veranderde Zeewolde van een vriendelijk loopfeestje in een test van karakter. De temperatuur zakte, de damp van de adem hing als mist boven het kamp, en het enige licht kwam van hoofdlampjes die in de verte door de bomen schoten.
De meeste lopers haalden de 12 of 15 rondes — zo’n honderd kilometer. Daarna begon het afbrokkelen. Sommigen gaven toe aan slaap, anderen aan pijn, weer anderen aan het simpele besef dat “genoeg genoeg is.”
Maar een kleine groep bleef doorgaan. Onder hen: Onno Overes, een rustige, onverstoorbare loper die zijn eigen tempo leek te ademen. Geen schreeuw, geen show. Alleen regelmaat. Start, loop, eet, rust, start opnieuw. Een menselijke metronoom.
Onno deed gewoon wat moest. En dat uur na uur, alsof de tijd hem niet raakte.

36 rondes, 241 kilometer
Uiteindelijk bleef Overes als laatste overeind. Na 36 ronden — goed voor ongeveer 241 kilometer — kwam hij als enige nog aan de start. Toen hij zijn laatste lus voltooide, was de rest al gestopt. Geen groot gejuich, geen spandoeken. Alleen stilte, opluchting en een paar omhelzingen in de vroege ochtend.
36 uur onafgebroken lopen, elk uur opnieuw beginnen, zonder weten wanneer het eindigt. Het is een prestatie die maar weinig mensen fysiek én mentaal aankunnen.
Het is vooral een gevecht met jezelf. Je weet dat je elk uur kunt stoppen, dat niemand je dwingt. En juist dat maakt het zo zwaar. Maar ergens onderweg wordt dat ritme alles. Je stopt niet omdat je nog één rondje wil. En dan nog één.”
Zijn overwinning was niet alleen een persoonlijke triomf, maar ook een symbool voor de groei van de Nederlandse ultracommunity. Een teken dat Nederland niet alleen meedoet aan de ultracultuur — we dragen eraan bij.
Het kamp dat nooit sliep
Wie de nacht in Zeewolde meemaakte, zag de ware kracht van de backyard-gemeenschap. Tussen de tenten stonden vrienden en vrijwilligers die koffie zetten, soep kookten, voeten masseerden, tranen droogden.
Wanneer iemand uitstapte, volgde er geen teleurstelling maar applaus. Iedereen wist wat het betekende om 10, 15 of 20 uur te overleven. Elke DNF was eigenlijk een kleine overwinning.
Het is bijzonder hoe mensen elkaar hier steunen. Niemand wil dat een ander stopt, maar iedereen begrijpt het als het gebeurt. Dat maakt deze sport uniek.
De organisatie had alles strak geregeld — van tijdregistratie tot verzorging, van EHBO tot warme maaltijden. Zelfs toen de regen tegen de tenten sloeg, bleef het kamp draaien. Het voelde niet als een wedstrijdlocatie, maar als een gemeenschap.

De echo van Tennessee
Intussen liep het wereldkampioenschap in Tennessee nog volop. Daar gingen de absolute wereldtoppers ver voorbij de 36, op dit moment van schrijven 71, getallen die voor de meeste stervelingen ondenkbaar zijn. Maar dat deed niets af aan de waarde van wat in Zeewolde gebeurde.
Het mooie aan het backyard-concept is dat de afstand er niet toe doet. Of je nu na 10 rondes uitstapt of 36, je hebt hetzelfde spel gespeeld. Je hebt dezelfde bel gehoord, dezelfde twijfel gevoeld, dezelfde beslissing genomen om tóch weer te starten.
In dat opzicht waren de bossen van Zeewolde en de velden van Tennessee afgelopen weekend één groot wereldwijd loopdorp — verbonden door wilskracht en een klok die elk uur tikt.
Een les in volhouden
De Dutch Backyard Ultra bewees opnieuw dat de grens van menselijke volharding niet in kilometers wordt uitgedrukt, maar in keuzes. Elk uur opnieuw opstaan is een daad van karakter.
Voor sommigen was het de eerste kennismaking met het format. Voor anderen — zoals Onno Overes — een bevestiging van jarenlange ervaring en mentale discipline.
De kracht van deze opzet zit in zijn eenvoud. Er is geen eindstreep om naartoe te rennen, geen publiek dat aftelt naar de finish. Er is alleen het hier en nu, het volgende uur, de volgende stap.
Dat maakt een backyard ultra niet alleen een fysieke uitdaging, maar ook een levensles: soms hoef je niet vooruit te kijken, alleen maar vol te houden.
Wat blijft hangen
Toen de zon zondagochtend doorbrak boven Zeewolde, stond er nog maar een handjevol tenten overeind. Mensen pakten in, dronken hun laatste koffie, praatten zacht na. Over pijn, over doorzetten, over hoe vreemd het voelt om te stoppen na zoveel uren in dezelfde cirkel.
Maar onder die vermoeidheid zat trots. Trots dat Nederland een evenement heeft dat qua sfeer, organisatie en beleving op wereldniveau meedraait. Trots dat er lopers zijn als Onno Overes, die laten zien wat mogelijk is als je nooit naar de klok kijkt — behalve om te weten dat het tijd is voor nóg een ronde.
De backyard-beweging groeit in Nederland…
De lus blijft draaien
Als je goed luistert, hoor je het nog. Het fluitsignaal dat elk uur klinkt, het zachte tikken van schoenen op bosgrond, de diepe ademhaling van iemand die weigert te stoppen.
De Dutch Backyard Ultra van 2025 zal worden herinnerd als het jaar dat Nederland synchroon liep met het wereldkampioenschap — en dat Onno Overes 36 keer bewees dat volhouden een kunst is.
Want in een wereld vol finishlijnen is de backyard ultra juist een ode aan het niet-stoppen.