Trailrun-horloges en de obsessie met batterijduur
Er is een moment tijdens elke lange trailrun waarop je gedachten niet meer gaan over hoogtemeters, tempo of zelfs je vermoeide benen, maar over iets veel banaals: de batterij van je horloge. Het is dat kleine icoontje in de hoek van je scherm dat plots een grote rol speelt in je avontuur. Want stel je voor: je bent bezig aan een ultratrail van vijftig, zestig of misschien wel honderd kilometer en ineens besluit je horloge ermee op te houden. Geen track meer, geen navigatie, geen idee hoeveel nog tot de volgende verzorgingspost. Het klinkt dramatisch, maar in de wereld van trailrunners is dit bijna een existentiële angst.
Het onzichtbare gevecht op je pols
Trailrun-horloges zijn kleine computers geworden. Ze volgen satellieten, meten hoogtemeters, registreren hartslag en soms zelfs je zuurstofniveau op hoogte. Al die functies zijn dorstige monsters: hoe meer je aanzet, hoe sneller de energie verdampt.
De ironie is dat trailrunners heel goed weten hoe ze hun eigen energie moeten doseren—met gels, repen en water—maar vaak vergeten dat ook hun horloge slim gemanaged moet worden. Totdat het scherm zwart wordt en je plots merkt dat je afhankelijker bent van die batterij dan gedacht.
Batterijkoningen in de praktijk
Kijk naar de huidige generatie horloges en je ziet indrukwekkende claims. De Suunto 9 bijvoorbeeld kan, afhankelijk van de modus, tussen de 25 en 120 uur meegaan. In de realiteit betekent dat: als je in “Performance”-stand loopt met constante GPS, dan is 25 uur haalbaar. Maar schakel je over op Ultra-modus, waar het horloge minder vaak satellietsignalen oppikt, dan rekt het apparaat de tijd enorm. Voor wie een honderd kilometer trail wil lopen, kan dat net het verschil maken tussen een opgeladen finish en een zwart scherm halverwege de nacht.
De Suunto 9 Peak Pro doet het wat strakker en compacter: ongeveer 40 uur GPS, maar wel in een slanker, premium jasje. Perfect voor wie geen baksteen om de pols wil, maar toch lange dagen in de bergen aankan.
Nog indrukwekkender zijn de cijfers van de Suunto Vertical. In de beste GPS-instelling gaat hij zo’n 85 uur mee. Schakel je naar de minst nauwkeurige modus, dan spreek je ineens over honderden uren. Voeg er een zonnepaneelversie aan toe en zonnige dagen worden een extra energiebron. Dit horloge voelt bijna als een expeditietool voor mensen die dagenlang door ruig terrein trekken.
Aan Garmin-zijde zijn er de Enduro-modellen. De Enduro 2 en de gloednieuwe Enduro 3 staan bekend als ware batterijkanonnen. We spreken hier over 70 uur GPS in volwaardige modus, en in spaarstand zelfs richting de 300 uur. Als je ooit van plan bent de Tor des Géants of een multi-day FKT te lopen, dan is dit je trouwe bondgenoot.
Voor wie niet direct in de categorie “ultra-expeditie” valt maar toch iets sterks zoekt, is de Coros Pace 3 een interessante optie. 38 uur GPS en een kleine maand in smartwatch-modus. Genoeg voor serieuze trainingen, marathons en bergtochten tot een uur of vijftien, zonder dat je om de dag hoeft te laden.

De psychologische lading van een batterij-icoon
Wat op papier koud technisch lijkt, wordt tijdens een race verrassend emotioneel. Je voelt je geweldig in de benen, de zon schijnt, het uitzicht is adembenemend—en toch sluipt er nervositeit in je hoofd zodra je horloge “15%” meldt. Alsof dat icoontje je influistert: je haalt het niet.
Sommigen reageren paniekerig en schakelen halsoverkop functies uit, alsof ze op een zinkend schip zitten: eerst de muziek, dan de hartslag, dan de kaart. Anderen gooien alles open en nemen het risico dat het horloge simpelweg uitvalt. Twee strategieën die net zoveel zeggen over iemands karakter als over hun loopstijl.
Praktisch batterijsparen tijdens een trail
Je hoeft geen techneut te zijn om slim met je horloge om te gaan. Batterijmanagement is eigenlijk hetzelfde als energiemanagement voor jezelf: doseren, vooruitdenken en keuzes maken.
Eén slimme gewoonte is bewust omgaan met GPS-instellingen. Je hoeft niet altijd seconde-nauwkeurig te weten waar je bent; op brede paden of lange beklimmingen kun je gerust kiezen voor een minder intensieve modus. Zodra je bij een technische afdaling komt waar je routeprecisie belangrijk is, schakel je terug naar de nauwkeurige stand.
Een ander punt: schermgebruik. Veel lopers hebben hun display constant aan, alsof ze elke tien seconden hun hartslag nodig hebben. Maar vaak is één blik per paar minuten genoeg. Zet je scherm in spaarstand en laat het pas oplichten als je je pols draait. Dat scheelt soms uren batterij.
Ook de keuze voor hartslagmeting speelt mee. Polsmetingen zijn handig, maar verbruiken meer energie dan wanneer je een eenvoudige borstband koppelt. De borstband vraagt minder stroom van het horloge en is bovendien betrouwbaarder bij lange inspanning.
En dan is er nog een onderschat element: kou. Net zoals je vingers sneller bevriezen, zakt ook de capaciteit van je batterij. Bewaar je horloge bij extreem koude nachten dicht bij je huid of onder je jas. Je zult merken dat het verschil kan maken tussen een uitvallend scherm en een horloge dat trouw doorloopt tot zonsopgang.
De romantiek van verdwalen (maar niet te vaak)
Natuurlijk, er zit ook iets moois in een lege batterij. Trailrunning begon ooit als een ontsnapping aan de moderne wereld, een manier om terug te keren naar puur avontuur. Een zwart scherm kan je dwingen te vertrouwen op je gevoel, je kompas in het hoofd, de zon aan de horizon.
Maar eerlijk: dat klinkt vooral romantisch vanaf de bank. Als je in het donker op een onbekend pad staat en geen idee hebt of je nog op koers bent, dan mis je je horloge sneller dan je denkt. Daarom is slim omgaan met batterij geen tech-nerderij, maar gewoon een praktische manier om je avontuur minder stressvol te maken.
Tot slot
Trailrun-horloges zijn technische wondertjes, maar uiteindelijk gaat het niet alleen om cijfers op papier. Het gaat om hoe die batterijduur zich vertaalt naar de beleving op de berg, de mentale spelletjes onderweg en het vertrouwen dat je apparaat je niet in de steek laat.
De Suunto’s, de Garmin Enduro’s, de Coros Pace: het zijn namen die voor sommigen net zo magisch klinken als de bergtoppen die ze willen bedwingen. Maar welk horloge je ook kiest, de essentie blijft hetzelfde: leer je batterij net zo goed kennen als je eigen lijf. Doseer, spaar, improviseer.
Want de volgende keer dat je daar loopt, ver van huis, met nog maar twaalf procent in beeld, is dat icoontje geen waarschuwing maar een uitnodiging. Een uitnodiging om te ontdekken hoe je omgaat met eindigheid—van je benen, van de dag, en ja, ook van de batterij op je pols.